Kwaliteitsborging van professionele kledij


Gent, dinsdag 18 mei 2010




De problematiek van het behoud van de kwaliteit en de eigenschappen van werk- en beschermkledij na wassen, is dikwijls aanleiding tot heel wat discussies tussen textielbedrijven, confectionairs en wasserijen. Waar liggen de verantwoordelijkheden? Wie controleert wie en wat zijn de onderzoeksnoden?
MoTIV, het ModeTechnologisch Innovatieplatform Vlaanderen heeft tot een van haar doelstellingen de netwerking en de communicatie tussen de verschillende schakels binnen de toeleveringsketting van de textiel-, kleding- en aanverwante sectoren te bevorderen.
In dit kader werd op 18 mei 2010 een interactief panelgesprek tussen de betrokken actoren textiel, confectie en textielverzorging georganiseerd.

Het panel werd bijgestaan door ervaringsdeskundigen op gebied van regelgeving en normering (Fred Foubert, Centexbel) en op het niveau van de gebruikers van professionele kledij (Lieven Carron, PreBes).

Chris Vermuyten stond in voor het modereren van deze rondetafel.




Overzicht van de belangrijkste items uit de discussie

1. Normering

Kwaliteit kan maar behouden blijven als ze gekend is. Om het startniveau te kennen, zijn normen voorhanden. Met andere woorden, een beschrijving van de eigenschappen waaraan een product moet voldoen in het licht van een bepaalde toepassing.

Een technische beschrijving van eigenschappen van textielmaterialen en textielproducten, met daaraan gekoppeld de onderhoudsvoorschriften, bestaat reeds.

Bij FBT wordt gewerkt aan een database met wasvoorschriften voor de verschillende wasprocessen en de te onderhouden producten. Deze kan door de FBT-leden online worden geraadpleegd. Maar een wasserij kan niet zomaar geherprogrammeerd worden.

Normtests worden doorgaans uitgevoerd op weefsels/grondstoffen voor assemblage of ongebruikte producten. En daar ligt een eerste probleem.

De tests zijn niet uitvoerbaar (wegens destructief) of onbetrouwbaar voor gebruikte kledingstukken. Een probleem is inderdaad dat men op deze normen niet kan terugvallen, eenmaal een stuk in gebruik is genomen. De externe invloeden (slijtage, aanwezigheid van vreemde stoffen op een kledingstuk, …) kunnen ervoor zorgen dat de eigenschappen niet langer gegarandeerd kunnen worden.

De totstandkoming van dergelijke normen is eveneens controversieel. Grote spelers uit de textielkolom en de chemische sector beheersen de normering waardoor éénzijdige commerciële belangen een objectieve en transparante normering kunnen beïnvloeden.

Het vooropstellen van normen heeft enkel zin indien deze normen gekend zijn en gerespecteerd worden. Bijvoorbeeld, wordt een textielproduct gebruikt waarvoor het ontworpen werd? Houdt een wasserij altijd rekening met de genormeerde wasvoorschriften?

Het werken met referentiestalen (een gecontroleerd exemplaar van het product dat gebruikt wordt waarvoor het ontworpen werd en steeds volgens de normen werd onderhouden) kan zorgen voor een zeker houvast in mogelijke discussies.

2. Communicatie binnen de textielkolom

Er wordt vastgesteld dat er wel overleg is, maar vaak slechts bilateraal: textielproducent/wasmiddelenproducent, confectionairs/wasserijen, wasmiddelenproducent/ wasserijen enz…
De communicatie tussen de verschillende actoren (textielproducenten, chemische bedrijven, confectionairs, distributiebedrijven, linnenverhuurders, kleinhandel, wasserijen en uiteindelijk ook de gebruikers) wordt algemeen vooropgesteld als de manier om beter samen te werken en problemen te vermijden.

De discussie draait niet rond de noodzaak van een dergelijke communicatie, wel rond de rol en de betrokkenheid van de verschillende actoren.

De chemische sector, bijvoorbeeld, zou zich te éénzijdig richten op het wasproces en dus het verwijderen van vreemde stoffen op textielproducten. Elementen zoals het draagcomfort of de duurzaamheid, die eveneens onderdeel zijn van de gebruikskwaliteit, zijn voor hen minder relevant.

De gebruiker en zijn behoeften, zijn het uitgangspunt van de kwaliteitsborging. Maar het is niet duidelijk wie welke risico's moet inschatten. Moet de gebruiker in staat zijn autonoom een risicoanalyse te maken?

Dat enkel de klant precies weet hoe en in welke omstandigheden werkkledij wordt gebruikt, kan tot twee conclusies leiden.
Voor de ene is dit een reden om de risicoanalyse éénduidig aan de klant over te laten.
Voor de andere is dit een argument om beter naar de klant te luisteren, en dus net niet om hem met alles op te zadelen.

Dat de technische expertise over textielmaterialen meestal niet bij de gebruiker, maar wel elders in de textielkolom (textielproducent, wasserij, confectionair, …) zit, pleit voor minstens een grote betrokkenheid en advies van deze experts aan de gebruiker.

Zo zouden, aan de hand van de risico-analyse van de gebruiker, de experts uit textiel, confectie en wasserij kunnen samenwerken om een geschikt concept voor benodigde PPE te kunnen uitwerken, rekening houdend met de bestaande CE-normen waarin de textiel- en confectievereisten voor PPE beschreven staan.

Het is duidelijk dat zo een kip of ei-discussie ontstaat. Als een klant niet geïnformeerd is, is het dan aan de klant om zich te informeren of aan de informatie-eigenaar deze te verspreiden?

Naar een betere communicatie?

  • Een mogelijke oplossing is het organiseren van een opleiding over deze aangelegenheid om zodoende de verschillende betrokkenen samen te kunnen informeren over deze kwesties.
  • Een kwaliteitscharter of –protocol worden vooropgesteld om tot éénduidige afspraken en dus een betere samenwerking te komen.
  • Dit zou kunnen worden uitgewerkt binnen een institutioneel kader waarin alle betrokkenen uit de kolom elkaar ontmoeten. Er wordt hiervoor gerekend op een initiatief van de bestaande sectorale organisaties.
  • Zo'n kader zou ook een instantie kunnen zijn waar gebruikers terecht kunnen voor vragen en bij problemen, eventueel naar het model van de bestaande geschillencommissie voor de sector van de particuliere wasserijen.
  • Tenslotte is ook een meer proactieve houding van de betrokkenen aangewezen. Wat houdt leveranciers of onderhoudsbedrijven tegen om fieldtests bij klanten uit te voeren?

3. Kosten

Het kostenaspect doorkruist de discussie over de kwaliteitsborging. Kostenreductie betekent vaak een lagere kwaliteit en dus ook een onmogelijke kwaliteitsborging.
Bij gebruikers zijn het vaak niet de preventieadviseurs (die de risicoanalyse maken ) die beslissen over de aankoop van werkkledij, maar zijn het de inkopers die de beslissing nemen, met op de eerste plaats de laagste prijs als argument.
Er wordt een pleidooi gehouden om zoveel mogelijk inkopers samen te brengen om hen te wijzen op de talloze mogelijkheden (en de daarbij horende moeilijkheden) bij hun keuze.

4. Differentiatie of standaardisatie?

Het uitgangspunt voor de kwaliteitsborging, zijn de noden van de klant. De klant wordt geadviseerd zijn noden zo precies mogelijk in kaart te brengen om een zo passend mogelijk antwoord te vinden op de markt.
In grote lijnen heeft hij de keuze tussen:

Differentiatie: voor elke functie/afdeling een geschikte outfit. Specifieke risico's kunnen zo ook beter worden gedekt. Maar het spreekt vanzelf dat zo een stuk flexibiliteit verloren gaat. De overall die ik als binnenhuisschilder gebruik, kan ik morgen niet aandoen als wegenwerker.
Het kostenaspect is een dubbeltje op zijn kant. Doordat enkel specifieke risico's worden gedekt, is de oplossing in principe goedkoper. Maar de differentiatie leidt ook tot kleinere orders (soms slechts één of enkele outfits) waardoor de prijs relatief duurder wordt.

Standaardisatie: omwille van de flexibiliteit, kiest de klant voor een gestandaardiseerde oplossing. Zo kan een elektricien morgen dezelfde outfit gebruiken om laswerk te verrichten. Zo'n flexibiliteit veronderstelt een multirisk-oplossing. In principe is dit duurder dan een oplossing voor een specifiek risico. Maar doordat een multirisk-oplossing vaak een compromis inhoudt tussen verschillende specifieke risico's, gaat een stuk kwaliteit verloren.

Een bijkomend probleem voor de borging is ook het feit dat er zeer weinig feedback komt van de eindgebruikers.






Meer informatie



Deelnemerslijst



Dit verslag in MS Word