Confectiesector


  • Laatste update van dit artikel: 12 november 2007
  • Bronnen: IVOC

Wat wordt verstaan onder de kleding- en confectiesector?


Er bestaan verschillende omschrijvingen en definities van deze sector. Afhankelijk van de bron en de context, zal het antwoord op deze vraag dus verschillend zijn.

De sector volgens NACE-codes

De meest gebruikte en algemeen aanvaarde indeling van bedrijven op basis van de zogenaamde NACE-codes. NACE staat voor de Nomenclature générale des Activités économiques dans les Communautés européennes en is dus eigenlijk een Europese afspraak. Door in alle landen van de Europese gemeenschap bedrijven op basis van hun activiteiten op dezelfde manier te categoriseren, zijn internationale vergelijkingen mogelijk. Het is dus een kwestie van dezelfde 'taal' te spreken.

Het NACE-codesysteem is een lijst van bijna 4000 verschillende economische activiteiten, die elk een eigen nummer dragen. De volledig lijst vindt u op de website van het Ministerie van Economische Zaken. Hieronder vindt u de lijst van codes die activiteiten en kleding- en confectiebedrijven beschrijven.


    17400            Vervaardiging van geconfectioneerde artikelen van textiel, exclusief kleding
    17401            Confectie van beddegoed, tafellinnen en textielwaren voor huishoudelijk gebruik
    17402            Confectie van overige textielartikelen
    18000            Vervaardiging van kleding en bontnijverheid
    18100            Vervaardiging van kleding van leer
    18200            Vervaardiging van overige kleding
    18210            Vervaardiging van werkkleding
    18220            Vervaardiging van bovenkleding
    18221            Confectie van bovenkleding voor heren, dames en kinderen
    18230            Vervaardiging van onderkleding
    18240            Vervaardiging van overige kleding en kledingaccessoires
    18241            Vervaardiging van babykleding
    18242            Vervaardiging van sportkleding
    18243            Vervaardiging van hoeden en petten
    18244            Vervaardiging van overige kleding en kledingaccessoires, n.e.g.


In internationale vergelijkingen worden de termen kleding en confectie doorgaans niet samen gebruikt. Meestal wordt gesproken over de kledingsector waarmee dan alle NACE-activiteiten, beginnend met het getal 18, worden bedoeld. De confectie van andere artikelen dan kleding (dus de codes beginnend met het getal 17) worden doorgaans bij de ruimere textielsector (alle codes beginnend met 17) gerekend.

De NACE-codes worden in economische analyses het meest gebruikt. Ze liggen trouwens ook aan de basis van verwante economische statistieken, zoals bijvoorbeeld de PRODCOM-statistieken. PRODCOM is een lijst van duizenden "producten" (dus niet van activiteiten, zoals in het NACE-systeem), die door de lidstaten van de Europese Gemeenschap wordt gebruikt om de productiestatistieken op te stellen. Opnieuw kunt u op de website van het Ministerie van Economische Zaken terecht voor de PRODCOM-lijst.

De sector volgens paritair comité

In de specifieke, Belgische context, heeft het begrip 'sector' ook een tweede, belangrijke invulling, namelijk die op basis van de bevoegdheidsverdeling tussen de sociale partners. Net zoals in andere Europese lidstaten, worden in België de collectieve arbeidsbetrekkingen geregeld tussen werkgevers en vakorganisaties. Beide partijen uit het sociaal overleg maken inderdaad afspraken over arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden van Belgische werknemers. Dit gebeurt op verschillende niveaus.
Vooreerst is er het nationale niveau. In de Nationale Arbeidsraad maken de vakorganisaties en werkgeversorganisaties via collectieve arbeidsovereenkomsten afspraken die van kracht zijn op ALLE werkgevers en werknemers in België.
Op het vlak van de individuele bedrijven kunnen werkgever en werknemersvertegenwoordigers op hun beurt specifieke afspraken maken die van kracht zijn op werknemers uit het eigen bedrijf. Dit gebeurt op het niveau van de ondernemingsraden of andere overlegorganen. Wat er in de bedrijven wordt afgesproken is steeds ondergeschikt aan de afspraken op nationaal niveau en mag dus nooit in tegenstrijd hiermee zijn.
Het tussenliggend niveau is dat van de sectoren. In de paritaire comités maken de sectorale sociale partners afspraken die van kracht zijn op de werkgevers en werknemers uit de eigen sector. Om dat te kunnen doen, is uiteraard een duidelijke sectoromschrijving en dus bevoegdheidsafbakening nodig. Elke werknemer ressorteert inderdaad onder de bevoegdheid van een specifiek paritair comité.
Er bestaan in België zo tientallen paritaire comités met elk een eigen nummer, waarvan de bevoegdheden wettelijk zijn vastgelegd. De volledige lijst van de comités vindt u op de website van de Federale overheidsdienst voor Werkgelegenheid. U vindt er ook de lijst van alle (recente) CAO's die de paritaire comités hebben afgesloten.
De volgende paritaire comités zijn bevoegd voor de kleding- en confectiesector.
paritair comité 109 voor de arbeiders uit de kleding- en confectiesector.
paritair comité 215 voor de bedienden uit de kleding- en confectiesector.
De sociale partners uit de verschillende paritaire comités kunnen onderling zelf afspraken maken over de verdeling van de bevoegdheden. Ook dat wordt wettelijk vastgelegd in CAO's. In bijlage vindt u de CAO die de bevoegdheid van het paritair comité 109 regelt. Ook voor de verdeling van de bevoegdheden vormt een lijst van bedrijfsactiviteiten de basis.



BevoegdheidPC109.pdf


De diverse sectoromschrijvingen overlappen elkaar slechts gedeeltelijk. De kans is groot dat een bedrijf, dat volgens de NACE-codes in de kledingsector valt, ook werknemers tewerkstelt die ressorteren onder het paritair comité van de kleding- en confectiesector, maar dit is zeker niet altijd het geval. Talrijke bedrijven die mensen tewerkstellen in de paritaire comités voor de confectiesector, vallen immers buiten de kledingsector op basis van de NACE-indeling. De tewerkstellingsstatistieken illustreren dit duidelijk:
De tewerkstelling in de kledingsector volgens de NACE-codes schommelt in 2006 rond de 6.000 jobs. De tewerkstelling in de kleding- en confectiesector die ressorteert onder de sectorale paritaire comités is bijna 3 keer zo hoog.

De kruising

Textielverzorging&KledingConfectie.xls

Nota-extra
Bevoegdheid van het paritaircomité 109.doc

    Het doelpubliek van IVOC bestaat uit de bedrijven waarvan de werknemers ressorteren onder de paritaire comités 109 en 215 voor de kleding- en confectiesector en het paritair comité 110 voor de arbeiders uit de sector van de textielverzorging.