Wat wordt verstaan onder de kleding- en confectiesector?
Er bestaan verschillende omschrijvingen en definities van deze sector. Afhankelijk van de bron en de context, zal het antwoord op deze vraag dus verschillend zijn.
De sector volgens NACE-codes
De meest gebruikte en algemeen aanvaarde indeling van bedrijven op basis van de zogenaamde NACE-codes. NACE staat voor de Nomenclature générale des Activités économiques dans les Communautés européennes en is dus eigenlijk een Europese afspraak. Door in alle landen van de Europese gemeenschap bedrijven op basis van hun activiteiten op dezelfde manier te categoriseren, zijn internationale vergelijkingen mogelijk. Het is dus een kwestie van dezelfde 'taal' te spreken.
Het NACE-codesysteem is een lijst van bijna 4000 verschillende economische activiteiten, die elk een eigen nummer dragen. De volledig lijst vindt u op de website van het Ministerie van Economische Zaken. Hieronder vindt u de lijst van codes die activiteiten en kleding- en confectiebedrijven beschrijven.
17400 Vervaardiging van geconfectioneerde artikelen van textiel, exclusief kleding
17401 Confectie van beddegoed, tafellinnen en textielwaren voor huishoudelijk gebruik
17402 Confectie van overige textielartikelen
18000 Vervaardiging van kleding en bontnijverheid
18100 Vervaardiging van kleding van leer
18200 Vervaardiging van overige kleding
18210 Vervaardiging van werkkleding
18220 Vervaardiging van bovenkleding
18221 Confectie van bovenkleding voor heren, dames en kinderen
18230 Vervaardiging van onderkleding
18240 Vervaardiging van overige kleding en kledingaccessoires
18241 Vervaardiging van babykleding
18242 Vervaardiging van sportkleding
18243 Vervaardiging van hoeden en petten
18244 Vervaardiging van overige kleding en kledingaccessoires, n.e.g.
In internationale vergelijkingen worden de termen kleding en confectie doorgaans niet samen gebruikt. Meestal wordt gesproken over de kledingsector waarmee dan alle NACE-activiteiten, beginnend met het getal 18, worden bedoeld. De confectie van andere artikelen dan kleding (dus de codes beginnend met het getal 17) worden doorgaans bij de ruimere textielsector (alle codes beginnend met 17) gerekend.
De NACE-codes worden in economische analyses het meest gebruikt. Ze liggen trouwens ook aan de basis van verwante economische statistieken, zoals bijvoorbeeld de PRODCOM-statistieken. PRODCOM is een lijst van duizenden "producten" (dus niet van activiteiten, zoals in het NACE-systeem), die door de lidstaten van de Europese Gemeenschap wordt gebruikt om de productiestatistieken op te stellen. Opnieuw kunt u op de website van het Ministerie van Economische Zaken terecht voor de PRODCOM-lijst.
De sector volgens paritair comité
In de specifieke, Belgische context, heeft het begrip 'sector' ook een tweede, belangrijke invulling, namelijk die op basis van de bevoegdheidsverdeling tussen de sociale partners. Net zoals in andere Europese lidstaten, worden in België de collectieve arbeidsbetrekkingen geregeld tussen werkgevers en vakorganisaties. Beide partijen uit het sociaal overleg maken inderdaad afspraken over arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden van Belgische werknemers. Dit gebeurt op verschillende niveaus.
Vooreerst is er het nationale niveau. In de Nationale Arbeidsraad maken de vakorganisaties en werkgeversorganisaties via collectieve arbeidsovereenkomsten afspraken die van kracht zijn op ALLE werkgevers en werknemers in België.
Op het vlak van de individuele bedrijven kunnen werkgever en werknemersvertegenwoordigers op hun beurt specifieke afspraken maken die van kracht zijn op werknemers uit het eigen bedrijf. Dit gebeurt op het niveau van de ondernemingsraden of andere overlegorganen. Wat er in de bedrijven wordt afgesproken is steeds ondergeschikt aan de afspraken op nationaal niveau en mag dus nooit in tegenstrijd hiermee zijn.
Het tussenliggend niveau is dat van de sectoren. In de paritaire comités maken de sectorale sociale partners afspraken die van kracht zijn op de werkgevers en werknemers uit de eigen sector. Om dat te kunnen doen, is uiteraard een duidelijke sectoromschrijving en dus bevoegdheidsafbakening nodig. Elke werknemer ressorteert inderdaad onder de bevoegdheid van een specifiek paritair comité.
Er bestaan in België zo tientallen paritaire comités met elk een eigen nummer, waarvan de bevoegdheden wettelijk zijn vastgelegd. De volledige lijst van de comités vindt u op de website van de Federale overheidsdienst voor Werkgelegenheid. U vindt er ook de lijst van alle (recente) CAO's die de paritaire comités hebben afgesloten.
De volgende paritaire comités zijn bevoegd voor de kleding- en confectiesector.
paritair comité 109 voor de arbeiders uit de kleding- en confectiesector.
paritair comité 215 voor de bedienden uit de kleding- en confectiesector.
De sociale partners uit de verschillende paritaire comités kunnen onderling zelf afspraken maken over de verdeling van de bevoegdheden. Ook dat wordt wettelijk vastgelegd in CAO's. In bijlage vindt u de CAO die de bevoegdheid van het paritair comité 109 regelt. Ook voor de verdeling van de bevoegdheden vormt een lijst van bedrijfsactiviteiten de basis. |